aanvaardingsrede
mannelijk/vrouwelijk (de)/an'vardɪŋsredə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- toespraak die men houdt als men zich bereid verklaart een functie te vervullenHet behoort tot de edelste gebruiken van ons staatkundig bestel dat een aantredend kabinet zijn aanvaardingsrede opent met een eerbewijs aan degenen die in de voorafgaande periode het ambt van minister of staatssecretaris hebben vervuld.
- toespraak die men houdt bij het ontvangen van een prijs
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek