aantrekking

vrouwelijk (de)/ˈantrɛkɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde (natuurkunde) het elkaar aantrekken van massa, de kracht die dingen met massa naar elkaar laat bewegen
  2. de neiging tot iets
    Toch voelde hij, en niet voor het eerst, ook de aantrekking van een mogelijk schandaal.

Etymologie

* van aantrekken .

Vertalingen

Engelsattraction
Spaansatracción