aantrekken

/ˈantrɛkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, natuurkunde (ov), (natuurkunde) dankzij een kracht objecten naar zich toe doen bewegen
    De magneet trekt alle ijzerdeeltjes aan.
  2. ov (ov) aanlokken
    De zoete geur trok veel wespen aan.
    Werken in een ziekenhuis trekt me niet aan.
    Prinses Elfilda dankt haar populariteit grotendeels aan haar verbazingwekkende schoonheid, hoewel er ook iets in haar karakter zit dat het grote publiek aantrekt. Ze zegt weinig, en als ze al een keertje haar mond opendoet, komen de woorden er aarzelend uit, zodat ze een bedeesde indruk maakt, een indruk die nog eens wordt versterkt door de manier waarop ze haar hoofd naar beneden houdt en door haar lange wimpers omhoogkijkt.
  3. ov (ov) vaster doen sluiten, vastzetten
    Hij trok de handrem goed aan.
    Hij trok het touw goed aan zodat het pakje dicht bleef zitten.
  4. ov, kleding (ov), (kleding) iets ~: kleding aandoen
    Ik ga even iets anders aantrekken.
    Over mijn donsjas had ik mijn regenjas aangetrokken en ik lag met een regenbroek plus legging in mijn slaapzak te bibberen van de kou.
    Even douchen, andere kleren aantrekken en dan weer naar papa.
  5. erga, economie (erga), (economie) een opwaartse trend, een stijgende lijn vertonen
    De economie trok vorig kwartaal flink aan.
    Ze willen onder meer dat er een eind komt aan de groei van Schiphol, waar het vliegverkeer na de coronadip al weer flink aantrekt. De verwachting is dat het rond 2024 weer op het oude niveau is.
  6. refl (refl) zich ~ van: zijn gedrag wijzigen naar aanleiding van een uitwendige invloed
    Hij trok zich niets aan van die hoge boete en ging door met veel te hard te rijden.
    Als Davis er ooit achter kwam zou hij misschien een pesthekel aan me krijgen, maar waarom zou ik me er iets van aantrekken wat een joch uit Kamp Zielig van me dacht? Na een poosje begon ik over huiswerk en ontsnapte naar mijn kamer.
    Het was verschrikkelijk warm, maar daar leek niemand zich iets van aan te trekken en het was ook veel erger geweest tijdens de windstilte op de Rode Zee.
  7. rcpq (rcpq) elkaar ~ een attractieve wisselwerking ondergaan
    Volgens de wet van de zwaartekracht trekken twee massa's elkaar aan.
  8. verliefd worden op
    Het was ondenkbaar dat je niet vreselijk opgewonden werd van de partner van wie je hield, of dat je je aangetrokken voelde tot iemand met karaktertrekken die je tegenstonden (waarmee de Romantiek terloops het probleem van overspel veranderde in een ramp).

Vertalingen

Engelsattract, put on, recover
Duitsanziehen, anlocken, anziehen
Spaansatraer, atraer
Italiaansattrarre