aantrappen

/ˈantrɑpə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met een trapbeweging starten
    Hij moest de motor aantrappen voordat hij wilde starten.
  2. ov (ov) aanstampen

Vertalingen

Engelskick-start, stamp in
Franslancer au kick, fouler
Duitsantreten, stampfen
Spaansarrancar, apisonar