aantikken

/ˈantɪkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. sport, ov (sport) (ov) iemand of iets even verplicht tikken
  2. sport, ov (sport) (ov) de finishlijn halen; het net bereiken van een bepaalde waarde
    Sinds die ochtend stijgt het kwik en tegen de middag zal het naar verwachting de dertig graden aantikken.

Vertalingen

Engelstap at, finish