aantijgen

/ˈantɛiɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iemand op meestal valse gronden van iets beschuldigen, iemand iets aanwrijven
    Hem werd het onbevoegd en onbekwaam verlenen van geneeskundige zorg aangetegen.
werkwoord
  1. ov, verouderd, kleding (ov), (verouderd), (kleding) aantrekken [4]
    Zij toog haar beste jurk aan.

Etymologie

* In de betekenis van ‘beschuldigen’ voor het eerst aangetroffen in 1562

Vertalingen

Engelspull on
Fransmettre, revêtir
Duitsanzeigen, anziehen