aansteller
mannelijk (de)/ˈanstɛlər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die zich aanstelt; iemand die doet alsof er iets heel ergs aan de hand isMijn ouders vinden me een aansteller." Antwoord: nee! Ik word hier weggezet als een aansteller, een actreutel, terwijl jullie problemen allemaal o-zo-belangrijk zijn.
Etymologie
*afgeleid van aanstellen
Vertalingen
Engelsposer, poseur
Franscabotin, poseur
DuitsAnsteller
Spaansfarsante, presumido
Zweedsperson full av överdrifter
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek