aanstappen

Betekenis

werkwoord
  1. snel lopend naderen
    Anna en Kirill komen er vastberaden aanstappen. "Het is maar een halve marathon", glimlacht Kirill bemoedigend. Ze hebben een taxi genomen tot ze niet verder konden en nu moeten ze te voet verder. Ze denken dat ze het aankunnen. "We squashen samen", zegt Anna.
    Thijmen Apswoude is duidelijk in zijn element in de weilanden van Bathmen. Woeste baard, tatoeages op de handen. In het dorp nabij Deventer gebruikt de wildernisschool Living by Nature, waar Apswoude hoofdinstructeur is, een aantal hectare grond. Hij komt aanstappen op wandelschoenen, maar dat hadden net zo goed blote voeten kunnen zijn.