aanslibsel

onzijdig (het)/ˈanslɪpsəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aangeslibde grond
    Er kwam veel aanslibsel uit de havens.
  2. figuurlijk (figuurlijk) ongewenste aanwas uit het verleden
    Het was nodig dat de liturgie en de sacramentenbeleving werden bevrijd van veel aanslibsel uit het verleden.
    Het aanslibsel dat de cybernetici in de beleidswetenschap hebben achter- gelaten.

Etymologie

* van aanslibben