aanroeren

/ˈanrurə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) aanraken, kort bespreken
    Hij zal de kwestie aanroeren bij zijn ontmoeting volgende week.
    Ik weet dat ik een heikel punt aanroer, maar ik zeg het toch.

Vertalingen

Engelstouch
Spaanstocar, mencionar