aanroepen

/ˈanrupə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met roepen iemands aan aandacht vragen
    Hij werd vanaf de overkant van het kanaal aangeroepen door een oude bekende.
  2. ov (ov) bidden tot
    Voor veel rooms-katholieken zijn heiligen belangrijk. Je kunt ze aanroepen als je iets kwijt bent, zoals in het geval van Antonius van Padua, of als je een examen moet halen of wilt genezen van ziekte.
  3. informatica (informatica) een subprogramma (subroutine) uitvoeren

Vertalingen

Engelsinvoke, call
Spaansinvocar, invocar
Italiaanschiamare
Poolswywoływać