aanroepen
/ˈanrupə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) met roepen iemands aan aandacht vragenHij werd vanaf de overkant van het kanaal aangeroepen door een oude bekende.
- (ov) bidden totVoor veel rooms-katholieken zijn heiligen belangrijk. Je kunt ze aanroepen als je iets kwijt bent, zoals in het geval van Antonius van Padua, of als je een examen moet halen of wilt genezen van ziekte.
- (informatica) een subprogramma (subroutine) uitvoeren
Vertalingen
Engelsinvoke, call
Spaansinvocar, invocar
Italiaanschiamare
Poolswywoływać
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek