aanrazen

/ˈanrazə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. met grote, wilde snelheid naderen
    Tegenover een vrachtwagen die in volle vaart komt aanrazen, tegenover kalasjnikovs geladen met rancune, tegenover explosieven die klaar zijn om te ontploffen, stelt een kaars volgens Leiris maar weinig voor.