aanraden

/ˈanradə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) raad geven om iets te doen
    Ik raadde hem aan eens met zijn probleem naar de dokter te gaan met zijn klachten.
    Dus, mocht je overwegen om zelf ook ooit een thru-hike te ondernemen, raad ik je aan zuinig te leven en een jaar lang 600 euro per maand in een sok te stoppen.
    Maar ik zou u met klem willen aanraden om het verder te laten rusten.

Vertalingen

Engelsrecommend, advise, counsel
Duitsempfehlen
Spaansaconsejar, recomendar
Italiaansconsigliare
Poolsporadzić, doradzić