aannaaien

/ˈannajə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) door naaien vastmaken
    Kun je dit logo op deze plek aannaaien?
    Als ik Eva snel vond, konden we haar hand misschien weer aannaaien.
    De knoop zou afbreken, Kathrin zou hem weer aannaaien.

Uitdrukkingen

  • Iemand beetnemen.

Vertalingen

Engelssew on
Franscoudre
Duitsannähen
Spaanscoser