aanmatigen

/ˈanmatəɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. refl (refl) op een vaak pedante manier op onpassende of wederrechtelijke wijze aanspraak maken op iets
    De superioriteit die ze zich aanmatigen is volkomen misplaatst.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘,(zich) wederrechtelijk aanspraak maken op’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1658