aanliggen

/ˈanlɪɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) ~ aan: op Romeinse wijze deelnemen aan een banket, gelegen op een sofa
    Hij had een aantal malen aan het keizerlijk hof aangelegen aan het banket.
  2. erga (erga) ~ tegen: in onmiddellijke aanraking gelegen zijn
    Hij vergeleek onder meer aapjes die als baby dicht tegen hun moeder aanlagen om te drinken met aapjes die een surrogaatmoeder hadden.
  3. tweede betekenisomschrijving
    Zin met het aanliggen in de tweede betekenis erin.
  4. enz.