aanleghaven

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈanlɛxˌhavə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) oever met een kade aan diep water, waar een schip kan aanmeren
    De aanleghaven voor cruiseschepen wordt verplaatst naar het westen van de stad. Dat moet ertoe leiden dat de toeristen ook het gebied rond Amsterdam bezoeken en niet automatisch het centrum binnenwandelen. Ook wordt zo voorkomen dat alle passagiers van een cruiseschip tegelijkertijd de stad ingaan, want dat leidt tot opstoppingen.
    Het gebeurt nog wel eens dat reizigers te lang wegblijven bij een tussenstop tijdens een cruise en dat het schip al vertrokken is bij hun terugkeer. Ze moeten dan vaak zelf in de volgende aanleghaven van het schip zien te komen, bijvoorbeeld met het vliegtuig.

Vertalingen

Engelsport of call