aanlappen

Betekenis

werkwoord
  1. zaken met elkaar verbinden
    Draden aanlappen, weefbreuk herstellen, steeds sneller versnellen,herstel de draad, de draad mag niet breken, machine mag niet stilstaan,anders geen loon, anders ontslag, voor jou tien anderen, dus werk en lachen werk en werk en werk.
  2. verkopen van aandelen
    “Op deze noodkoers ga je toch geen stukken aanlappen?”, zeiden we.