aankruisen

/ˈaŋkrœysə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met een kruisje aanwijzen
    Hij had de verkeerde stad aangekruist.
    Ik kon ieder bolletje voor Werner aankruisen.

Vertalingen

Engelsmark
Duitsankreuzen
Spaansmarcar