aankrijgen

/ˈaŋkrɛiɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. absol (absol) aan het lichaam krijgen (kledingstuk)
    Hij kreeg die broek niet meer aan.
  2. absol (absol) bereiken dat iets brandt
    Ondanks de regen kregen ze het vuur vrij snel aan.
  3. ov (ov) als levering ontvangen