aankrijgen
/ˈaŋkrɛiɣə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (absol) aan het lichaam krijgen (kledingstuk)Hij kreeg die broek niet meer aan.
- (absol) bereiken dat iets brandtOndanks de regen kregen ze het vuur vrij snel aan.
- (ov) als levering ontvangen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek