aanknopen
/ˈaŋknopə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) vastknopen
- (ov) beginnenIn de vroege geschiedenis van het christendom heerste de opvatting dat ware sociale vaardigheid niet betekende dat je een gesprek aanknoopte met wie er toevallig maar in de buurt was (onze bloedverwanten of mensen met wie we naar school gingen), maar dat je verbonden was met de meest bevredigende bronnen van zingeving in het universum.
- aanknopen bij: verder gaan met een bespreking; inhaken op
Vertalingen
Engelstie on
Spaansanudar, entablar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek