aanklampen

/ˈaɲklɑmpə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) enteren
  2. ov (ov) aanspreken, vaak op hinderlijke wijze
    Op weg naar de vergadering werd hij aangeklampt door een lastige collega, die zich maar al te gegriefd voelde toen hij zei dat hij echt geen tijd had.
    Het zou veel gunstiger zijn als ik in staat was met haar te praten, herinneringen met haar op te halen, haar om haar vriendschap te smeken, terwijl ik naast haar zat, dan dat ik haar slechts in het voorbijgaan kon aanklampen.
  3. inerg (inerg) aanhaken, zich net aan bij de rest voegen
    De achterblijver kon nog net bij het peleton aanklampen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘staande houden’ voor het eerst aangetroffen in 1672

Vertalingen

Engelsenter, accost
Fransaborder, accoster, accrocher
Duitsentern, ansprechen
Spaansabordar, abordar, dirigir la palabra a
Italiaansabbordare