aanjagen
/ˈaɲjaɣə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) op het lijf jagen (angst)Maar het vooruitzicht om helemaal alleen daar boven te slapen joeg mij angst aan.
- (ov) voortjagen (motor)
- (ov) harder doen branden
- aanmoedigen om meer te presteren, opjuttenMensen motiveren is ook een kunst, zeg! Moeten ze één keer om zes uur opstaan voor een ander, één keer een beetje doorstappen, één keer de pauze skippen, en het gesteun en gekreun wat je vervolgens krijgt! Ik ben meer uitgeput van het aanjagen van de groep dan van het beklimmen van die laatste heuvel.
Vertalingen
Spaansinfundir, acelerar, atizar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek