aanhankelijkheid
vrouwelijk (de)/anˈhɑŋkələkhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin een mens of dier trouw en toegenegen isDoor zijn aanhankelijkheid wordt de poes als een prettig huisdier ervaren.
Etymologie
*Afgeleid van aanhankelijk
Vertalingen
Engelsaffection
Fransattachement
DuitsAnhänglichkeit
Spaansafectuosidad
Portugeesapego
Zweedstillgivenhet
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek