aangeharkt

/ˈaŋɣəˌhɑrᵊkt/

Betekenis

werkwoord
  1. figuurlijk (figuurlijk) precies geordend, zonder ruimte voor eigen inzichten
    Festivals breken de sleur. Na een keurig aangeharkt seizoen in goedverzorgde theaters brengen de zomerfestivals de ruigheid, het nooitgedachte en het grenzeloze terug in het bestaan van de kunstbezoeker.
    De bunkers op de golfbaan waren pas aangeharkt.

Etymologie

*, op te vatten als