aandrijven
/ˈandrɛivə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) vaster doen sluiten
- (ov) doen bewegen
- (erga) al drijvend dichterbij komen
Vertalingen
Engelsdrive
Fransactionner, entraîner, propulser
Duitsantreiben, treiben
Spaansimpulsar, accionar, impeler
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek