aandrang
mannelijk (de)/ˈandraŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het aandringenEr werd grote aandrang op hem uitgeoefend om zijn werk af te maken.
- aansporing, morele drukEr was weinig aandrang nodig om hem geld te laten geven voor het goede doel.
- neigingHij had een grote aandrang om te plassen.Hoewel Chantal de aandrang voelde om iets te zeggen waaruit haar medeleven bleek, zweeg ze.
Etymologie
* van aandringen
Vertalingen
Spaansagolpamiento, insistencia, instancia
Deenstrang
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek