aanbrengst

vrouwelijk (de)/ˈambrɛŋst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het aanbrengen
    De aanbrengst van bij huwelijkse voorwaarden buiten de gemeenschap gehouden rechten.
  2. het aangebrachte
    De aanbrengst is vermengd met andere bedragen.

Etymologie

*Naamwoord van handeling van aanbrengen