Zonnebloem

vrouwelijk (de)/ˈzɔnəˌblum/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten, tuinieren (bloemplanten)(tuinieren) bepaald soort tot 3 meter hoge plant met een grote gele bloem,
    Zij probeerden zo hoog mogelijke zonnebloemen te kweken.
  2. plantkunde (plantkunde) benaming voor planten uit het geslacht

Etymologie

* en medeklinkerverdubbeling (), geschreven zonder tussen-n (); in de betekenis van ‘plant’ aangetroffen vanaf 1581

Vertalingen

Engelssunflower
Franstournesol
DuitsSonnenblume
Spaansgirasol
Italiaansgirasole
Portugeesgirassol
Chinees向日葵
Japansヒマワリ
Koreaans해바라기
Arabischعباد الشمس
Turksayçiçeği, gün çiçeği, günebakan
Zweedssolros