Zeekoet
mannelijk (de)/ˈzekut/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (steltloperachtigen) zwart-witte zeevogel, , uit de familie van deDe zeekoet wordt vaak slachtoffer van in zee terechtgekomen olie.
Vertalingen
Engelscommon guillemot, common murre, thin-billed murre
Fransguillemot de Troïl, guillemot marmette
DuitsTrottellumme
Spaansarao común
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek