Wouw

mannelijk (de)/wɑu/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. havikachtigen (havikachtigen) benaming voor roofvogels uit het geslacht of het geslacht
    Een wouw heeft meestal een gevorkte staart.
zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort plant, , afkomstig uit het Middellandse Zeegebied, die al sinds de prehistorie in Europa gekweekt wordt als verfplant voor zijn gele kleurstof

Etymologie

*[B] van Middelnederlands "woude" Ontwikkeld uit Oergermaans *waldō-, misschien verwant met Latijn "lutum" ‘wouw’; cognaat met "wolde" en "weld".

Vertalingen

Engelskite, weld
Fransmilan, gaude
DuitsMilan, Färberwau
Spaansmilano, gualda
Italiaansnibbio, erba guada, guaderella
Portugeesmilhafre
Russischко́ршун
Japans
Arabischحَدَأَة
Poolskania, rezeda żółtawa
Zweedsglada