Wit
onzijdig (het)/wɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleur) lichtst mogelijke kleur, kleur die wordt waargenomen bij een gelijkmatige vermenging van alle zichtbare kleurtinten in het spectrumHeeft u die ook in het wit?Grijs, wit en zwart zijn achromatische kleuren en dat betekent letterlijk dat dit kleuren zijn ‘zonder een echte kleur’.[http://www.lidathiry.nl/koel-grijs-en-warm-grijs/ Je hebt koel grijs en warm grijs - zie hier het verschil], Lida Thiry, 31 juli 2016
- voorwerp of substantie met een zeer heldere, lichte kleur
- (figuurlijk) waar je op gericht bent, wat je probeert te bereiken
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) verstand
- (verouderd) kennis
- (verouderd) mening
- (verouderd) karakter
Etymologie
*[B] (erfwoord), via Middelnederlands "wit" / "witte" van Oudnederlands "witti", in de betekenis van ‘wijsheid’ aangetroffen vanaf 901
Uitdrukkingen
- de prins op het witte paard
- een wit voetje halen
- witte raaf
- wit wegtrekken
- witte woede
- zwart op wit
- aprilletje zoet heeft ook nog weleens een witte hoed
- aprilletje zoet sneeuwt nog wel een witte hoed
Vertalingen
Engelswhite, white
Fransblanc
Duitsweiß, weiss, weiß
Spaansblanco
Italiaansbianco
Portugeesbranco
Russischбелый
Chinees白色
Japans白
Turksbeyaz, ak
Poolsbiały, biała, białe
Zweedsvit
Deenshvid
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek