Westhoek
mannelijk (de)/ˈwɛsthuk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- deelgebied dat zich vanuit een plaats van meer betekenis vooral uitstrekt in de richting van de ondergaande zonIn de westhoek van de stad ligt een groot park.
Etymologie
*van Middelnederlands "westhoec", op te vatten als
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek