Walen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) rondstromen, kolken, woest bewegen, in beroering zijnVerzochtheid heeft onze liefde geproefd in zoet en zuur, mijn gemoed waalde noch wanderde.blz 475 "De pestilentie te Katwijk" Schetsen en verhalen. {{Aut|Aarnout Drost
- (inerg) (verouderd) opwellen, zich verspreiden, kenterenAlzoo 't getijde verlagh, dat reeds begon te waalen. {{Aut|Hooft
Etymologie
*(erfwoord) verwant met Latijn volvere.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek