Vuren
/vy.rə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) schoten lossenZij vuurden op de aanstormende vijand.
Etymologie
*: leenwoord uit het Oudnoor(d)s, in de betekenis van ‘van vurenhout’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285
Vertalingen
Engelsfire, shoot
Franstirer
Duitsfeuern, schießen
Spaanstirar, disparar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek