Vlier
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (m) (bloemplanten) een geslacht van snelgroeiende heesters of kleine bomen. In de lente dragen ze tuilen van witte of crèmekleurige bloemen, gevolgd door kleine rode, blauwachtige of zwarte vruchten. Ook komt er een vlier met paars blad en roze bloemen voor. De vruchten van de vlier zijn steenvruchten
- (f)/(m) kruisbloemige sierbloem
- (verouderd) "vliering"
Etymologie
:West: : Fleder, Flieder (Middelnederduits: vlēder, vlieder), : flear (Dongeradeel: fleur, Ameland: flarieboom), waaruit Noord-Hollands vlaer, vlare, vlaarde
Vertalingen
Engelselder
Franssureau
DuitsHolunder, Flieder, Holder
Spaanssaúco
Italiaanssambuco
Portugeessabugueiro
Poolsbez
Zweedsfläder
Deenshyld
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek