Victoria

mannelijk/vrouwelijk (de)/ko.pɛr.ˈni.si.jʏm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) laag en open vierwielig rijtuig met een huif, vooral in de Victoriaanse tijd veel op de weg gebruikt
  2. voeding (voeding) soort van "gebak" van korstdeeg, waaroverheen geschaafde amandelen, suiker en citroensap zijn gestrooid

Etymologie

* Ontleend aan het Engels, waar het als eponiem werd vernoemd naar . In het Nederlands bekend sinds 1872.