V-riem

mannelijk (de)/ˈverim/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. werktuigbouwkunde, motortechniek (werktuigbouwkunde) (motortechniek) drijfriem zonder eind waarvan de doorsnede een gelijkbenig trapezium is
    Vrijwel alle scooters zijn voorzien van een automatische versnelling, de zogeheten vario. Die werkt met een V-riem die het draaien van de motor overbrengt naar de koppeling.

Etymologie

*, omdat de doorsnee door de vernauwing naar onderen toe aan de letter V doet denken