Uitweg
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een weg die leidt uit een omsloten ruimteHet verzakte stuk omheining bood het vee een uitweg uit de weide.
- overdrachtelijk een manier om uit een benarde situatie te gerakenDoor zijn grote schulden zag hij gewoon geen uitweg meer.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek