Turken

/ˈtʏrkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) plagen, mishandelen, razen, tieren, handelen als een Turk (of althans zoals er gedacht werd dat Turken zouden handelen)
    Hij turkte zijn klasgenoten.

Etymologie

*afgeleid van Turk ; vergelijk "traiter de Turc à Maure" "met iemand omgaan als van Turk tot Moor", omdat de Turken tijdens hun heerschappij over Noord-Afrika weinig respect toonden voor de bevolking