Turken
/ˈtʏrkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) plagen, mishandelen, razen, tieren, handelen als een Turk (of althans zoals er gedacht werd dat Turken zouden handelen)Hij turkte zijn klasgenoten.
Etymologie
*afgeleid van Turk ; vergelijk "traiter de Turc à Maure" "met iemand omgaan als van Turk tot Moor", omdat de Turken tijdens hun heerschappij over Noord-Afrika weinig respect toonden voor de bevolking
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek