Tok
mannelijk (de)/tɔk/
Betekenis
tussenwerpsel
- het geluid van een kakelende kip (meestal herhaald: toktoktok)
- het geluid van een doffe tik
zelfstandig naamwoord
- (visserij) (verouderd) ondermaatse kabeljauw (meestal in meervoudsvorm)
zelfstandig naamwoord
- (materiaalkunde) (verouderd) met goud of zilver doorweven zijde of fluweel
zelfstandig naamwoord
- (neushoornvogelachtigen) een neushoornvogel die voorkomt in het Afrotropisch gebied
Etymologie
*[zelfstandig naamwoord (n)]: van "tocca"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek