Tok

mannelijk (de)/tɔk/

Betekenis

tussenwerpsel
  1. het geluid van een kakelende kip (meestal herhaald: toktoktok)
  2. het geluid van een doffe tik
zelfstandig naamwoord
  1. visserij, verouderd (visserij) (verouderd) ondermaatse kabeljauw (meestal in meervoudsvorm)
zelfstandig naamwoord
  1. materiaalkunde, verouderd (materiaalkunde) (verouderd) met goud of zilver doorweven zijde of fluweel
zelfstandig naamwoord
  1. neushoornvogelachtigen (neushoornvogelachtigen) een neushoornvogel die voorkomt in het Afrotropisch gebied

Etymologie

*[zelfstandig naamwoord (n)]: van "tocca"