Tjotter
mannelijk (de)/ˈcɔtər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het kleinste van de open ronde Friese zeilscheepjes met een lengte over de stevens van ten hoogste 5,4 m, met zwaarden in plaats van een kiel
Etymologie
* Leenwoord uit het Fries, in de betekenis van ‘vaartuig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1872
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek