Tjerk
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈcɛrᵊk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) benaming gebruikt voor de tureluur () en soms de houtsnip ()
Etymologie
*(klanknabootsing) van de roep van deze vogels
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*(klanknabootsing) van de roep van deze vogels