Tartaar

mannelijk (de)/tɑr'tar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) een gehakte biefstuk
    In een restaurant bestel ik vaak tartaar.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans steak tartare, in de betekenis van ‘rauwe gehakte biefstuk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1932