T-bonesteak
mannelijk (de)/ˈtibonˌstek/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kookkunst) spierweefsel aan een stuk rugwervel uit de dunne lende van een rund, dat culinair hoog gewaardeerd wordtVolgens de een moet je zo weinig mogelijk koolhydraten eten, volgens de ander juist veel koolhydraten, of honderd procent veganistisch, of dagelijks een T-bonesteak gebakken in roomboter. Dan word je moeiteloos slank en gezond.
Etymologie
*van "T-bone steak" "rundvlees aan een stuk lendenwervel dat de vorm van een T heeft", met één koppelteken en verder aaneengeschreven volgens
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek