Speenkruid
onzijdig (het)/ˈspeŋkrœyt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) benaming voor planten uit het geslacht behorend tot de ranonkelfamilie
- (kruid) (medisch) bepaald soort plant met niervormige bladeren, botergele bloemen en wortelknolletjes, , waaraan geneeskracht ten aanzien van aambeien wordt toegeschreven
Etymologie
*, in de betekenis van ‘plant’ voor het eerst aangetroffen in 1543
Vertalingen
Engelslesser celandine
Fransficaire
DuitsScharbockskraut
Spaanscelidonia menor, centella menor, escrofularia menor
Russischлютик весенний
Turksbasur otu, yağlı çiçek
Poolsziarnopłon wiosenny
Zweedssvalört
Deensalmindelig vorterod
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek