Snip
mannelijk/vrouwelijk (de)/snɪp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (steltloperachtigen) benaming voor vogels uit de familie
- (informeel) bankbiljet van honderd gulden
Etymologie
*van Middelnederlands "snippe", in de betekenis van ‘steltloper’ aangetroffen vanaf 1280
Vertalingen
Engelssnipe
Fransbécasse
DuitsSchnepfe
Spaansbecada, agachadiza, becacina
Poolsbekasowate
Deenssneppefugle
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek