Schudde

mannelijk (de)/ˈsxʏdə/

Betekenis

werkwoord
  1. aanvoegende wijs van schudden.
zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) constructie om mensen door ophanging te doden
  2. verouderd (verouderd) iemand die in zijn levensonderhoud voorziet door anderen geld afhandig te maken

Etymologie

*: via "schudvork" of direct van "schudden"