Schepel
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- oude inhoudsmaat voor droge stoffenOnder het in 1816 ingevoerde Nederlands metriek stelsel was een schepel gelijk aan 10 liter, maar voor die tijd was de waarde van het schepel per gewest verschillend. Zo kon een schepel 1/4 mud zijn en dat kwam dan overeen met 43,6 liter.
- maatvat met een inhoud ter grootte van voornoemde
Etymologie
* In de betekenis van ‘inhoudsmaat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1343
Uitdrukkingen
- Een zak (een mud, een schepel) zout met iemand gegeten hebben — Stoett-2616 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
Vertalingen
Spaansfanega
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek