Schans
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (militair) in het veld opgeworpen versterkingswerk
- wal om een stad (met name om Amsterdam)
- kunstmatig talud, opgeworpen helling
- (sport) springschans
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘versterkingswerk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1566
Vertalingen
DuitsSchanze, Schanze
Spaansreducto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek